Werkplek
Uw werkplek moet aan verschillende eisen voldoen om een optimale werkhouding
te kunnen waarborgen. Dit kunt u zelf controleren aan de hand van het
plaatje of de onderstaande beschrijving van de werkplek. Voldoet uw werkplek
niet aan de eisen probeer dan zelf al een aantal dingen te veranderen
of schakel de Arbo-dienst in voor een werkplek controle. Zij kunnen waar
nodig uw werkplek aanpassen. Let goed op uw werkhouding. Is uw werkhouding
verkeerd dan zult u weinig profijt hebben van goed meubilair.
U kunt uw stoel zelf goed instellen door op de volgende punten
te letten
- Zithoogte
Leg uw handen op de plek waar u uw werk doet, b.v. het toetsenbord. Stel
de hoogte van uw stoel zo in dat uw ellebogen een hoek van 90 graden maken.
Let erop dat uw nek en schouders ontspannen blijven!
De hoek tussen boven- en onderbeen moet ook 90 graden zijn. Kunt u door de
vorige instelling niet meer met de voeten bij de grond, dan moet u een voetenbankje
gebruiken.
- Armleggers
Als de hoogte van uw armleggers instelbaar is, stel ze dan zo in dat ze uw
onderarmen ondersteunen. De armleggers zijn goed ingesteld, als u de onderarmen
er losjes op kunt laten rusten.
- Rughoogte
Stel de hoogte van de rugleuning zo in dat u steun krijgt in de holte van
uw rug.
- Zitdiepte
Schuif de stoel goed aan uw bureau. Ga in uw gewone werkhouding zitten en
stel de rugleuning in voor- of achterwaartse richting zo in dat u voldoende
steun krijgt. Zet de leuning niet te strak tegen uw rug aan.
- De zitting
Bij sommige stoelen kunt u zelf de helling van de zitting bepalen. Stel de
helling in op de houding waarin u het prettigst zit.
- Bijstellen
Uw stoel is nu goed ingesteld. Als u in de komende dagen nog niet helemaal
prettig zit dan kunt u nog kleine correcties aanbrengen. Doe dit in dezelfde
volgorde. Laat de stoel daarna in dezelfde stand staan. Blijf niet voortdurend
bijstellen, want dan moeten de spieren steeds weer aan een andere houding
wennen.
Aan de hand van de volgend punten kunt u controleren of uw werkplek
aan de eisen voldoet
- Meubilair
Het tafelblad van uw beeldschermtafel moet licht getint zijn en minstens
120 cm x 80 cm groot zijn. De dikte van het tafelblad mag maximaal 5 cm
zijn. Daarnaast is voldoende beenruimte vereist. Dit moet minstens 60 cm
breed en 80 cm diep zijn. Obstakels als prullenbak e.d. dient u niet onder
uw tafel te plaatsen.
- Werkopstelling
Plaats het beeldscherm en de overige materialen waar u veel mee werkt recht
voor u, zodat bij uitvoering van de werkzaamheden neus en knieën dezelfde
kant op wijzen. Werk niet met een gedraaide romp of nek.
- Toetsenbord
Onderarmen, polsen en handen dienen een horizontale lijn te vormen, waarbij
de onderarmen op de armleggers steunen, de polsen steun kunnen vinden op
het bureaublad en de handen zich gemakkelijk over het toetsenbord kunnen
verplaatsen. Geadviseerd wordt het toetsenbord in de laagste stand te plaatsen
(pootjes inklappen). Op het bureaublad dient voor het toetsenbord ongeveer
8 cm ruimte aanwezig te zijn.
- Muis
De hand moet in het verlengde van de onderarm gehouden worden. De hand mag
niet te ver achterovergebogen worden. Om de muis goed te kunnen gebruiken
en de belasting van de arm te beperken moet de onderarm gesteund worden
door het tafelblad of de armlegger. Grote bewegingen moeten niet vanuit
de pols, maar vanuit de elleboog gemaakt worden. De zijkant van de hand
moet op de muismat kunnen rusten waarbij de vingers ontspannen de muisknoppen
kunnen bedienen.
Niet alleen het meubilair is belangrijk. Controleer ook de dingen
die te maken hebben met leescomfort.
Onder de meest gunstige omstandigheden wordt de tekst op een beeldscherm
10 a 20% langzamer gelezen dan op papier. Een goede zichtbaarheid van
de tekst is heel belangrijk. Het beeldscherm moet voor iemand met een
goed gezichtsvermogen op ruim 160 cm goed leesbaar zijn. Op die manier
kan op ongeveer 50 cm voldoende leescomfort gewaarborgd worden. Controleer
de volgende punten
- Hoogte beeldscherm
Het beeldscherm dient op een hoogte gezet te worden, dat de eerste regel
tekst op of beneden ooghoogte verschijnt. Indien men blind typt, dient
men het beeldscherm zo op te stelen dat het midden van het beeldscherm
zich op ooghoogte bevindt.
- Kijkafstand
De afstand van de ogen tot aan het beeldscherm dient minimaal 50 cm te bedragen.
Afhankelijk van de diameter van uw beeldscherm wordt de kijkafstand groter.
Beeldscherm, toetsenbord en document dienen zich nagenoeg op gelijke afstand
van de ogen te bevinden. Werkt u veel met documenten dan dient een stabiele,
instelbare documenthouder aanwezig te zijn. Zorg dat de afstand van de
ogen tot de documenthouder ongeveer net zo groot is als die tot het beeldscherm.
Dan hoeven de ogen zich minder vaak aan te passen. De ogen zullen dan minder
snel vermoeid raken.
- Beeldscherm en verlichting
De omgeving rond het beeldscherm moet matig verlicht zijn (200-400 lux).
Het beeldscherm staat bij voorkeur 2 a 3 meter van de muur en haaks op
het raam. Als de monitor uit staat dient geen reflectie van lichtbronnen,
als TL verlichting en/of buitenlicht, op het beeldscherm zichtbaar te zijn.
Bronnen van reflectie of verblinding dienen te worden afgeschermd of de
werkopstelling dient veranderd te worden. Een te groot licht/donker contrast
tussen beeldscherm en omgeving dient te worden vermeden. Het beeldscherm
moet dus niet voor het raam geplaatst worden.
- Beeldscherminstelling
Voor een rustig beeld en goed zichtbare tekst gaat de voorkeur uit naar donkere
tekens op een lichte, matte achtergrond. De tekens in de hoofdletterstand
dienen minimaal 3,3 mm hoog te zijn. Bij een lichte achtergrond heeft u
het minst last van reflecties en is het contrast met tekst op papier gering.
Bron: rsi.algemeen.nl,
bewerkt door:
|